Mobiliteit

Laadpaalkleven woord van 2018

We hadden er begin deze maand nog een berichtje over, over laadpaalkleven. En nu is het uitgeroepen tot woord van het jaar. Mooi? Of eigenlijk niet?

Het is wat ingewikkeld met laadpaalkleven. Eerst even zeggen dat elektrisch rijden heel makkelijk is. Om te beginnen: thuis laad je op met stroom van je eigen panelen. En verder: je kunt met de auto’s van vandaag de dag 400 kilometer rijden. Buiten vakanties om doe je dat bijna nooit. En als je op een dag die afstand wel aantikt, doe je dat meestal retour. En aangezien je niet 200 kilometer rijdt om gelijk weer terug te rijden is er dan altijd wel tijd voor opladen.

Dan gaat de volgende stap in werking: Nederland heeft al lang en breed meer elektrische laadpalen dan benzinepompen. De cruise control van een elektrische auto geeft ze aan, dus ook de laadpaal die het dichtst bij jouw afspraak is. Paar honderd meter lopen is wel zo’n beetje de max.

En dan komt het laadpaalkleefprobleem. Een accu doet er wel een uurtje over zich zelf weer op te laden. Of twee uurtjes. Dat weet je niet precies. Als je ergens drie uur moet zijn, ga je niet voor dat laatste uur even elders parkeerruimte zoeken. Het is zelfs wel logisch dat je hem ’s morgens aan de laadpaal zet en dan ’s avonds weer terug rijdt. Dan ben je dus ineens een laadpaalklever.

De oplossing? Naast stroom ook parkeergeld in rekening brengen na bijvoorbeeld twee uur.