Leefbaarheid

Wandelen met Sjaak en dan de wetten van de natuur tegen komen

Sjaak Bruggeman maakt heel geregeld een wandeling en heeft heel veel verstand van de natuur. Daarom ziet hij veel. Dus wandelen we eens in de week met hem mee.

“Wat jammer nou. De boer moet stoppen met zijn bedrijf. Het vee is weg en de kuilvoerplaatsen worden schoon opgeleverd. Genoeg plaats en ik zet mijn auto naast een roestig achterblijvende trekker. Pal naast me zit een buizerd in de boom. Een paar knobbelzwanen scheren erachter langs en daarginder landt een spannetje grauwe ganzen op de plas.

Ik zet één stap buiten de auto en weg is onze buizerd al. Op pad dan maar. Langs de boomsingel en over het nog onbewerkte maïsland. Dat loopt wat makkelijker. Wauw! Een paartje patrijzen vliegt op! Dat is mijn tweede paartje al dit jaar! Mooi man! En kijk, daar gaat een mannetje torenvalk met prooi. Zo laag mogelijk vliegend tegen de oostenwind over de contouren van het landschap naar de onderste tak van de oude solitaire eik wat verderop. En ja, daar is de prooioverdracht naar het daar wachtende vrouwtje. Het zal niet lang meer duren dat het eerste ei gelegd word in de daar aanwezige nestkast.

Behendig stap ik over het prikkeldraad. Toch niet dus! Er staat stroom op en weer ben ik onvoorzichtig. Als je ooit per ongeluk met je hamer op je duim hebt geslagen, vergeet je dat niet snel. Zo is het ook met schrikdraad. Toch word ik er steeds opnieuw live aan herinnerd. Ik word toch wat ouder en stijver. Maar wacht eens, daar lag toch wat? Nog even kijk ik over mijn schouder. He? Het lijkt wel een marter. Zomaar op het talud. Mijn nieuwsgierigheid wint het van de penetrante geur. Vacht grijsbruin, ondervacht grijswit; bij boommarter geelbruin, kleine oortjes en een lichte bef. Het is een steenmarter. Ver weg van de snelweg en zomaar langs de slootkant. Vreemd maar waar. Het roofdier is een niet erg geliefd maar wel een mooi beest.

In gedachten loop ik verder en dan vliegt een buizerd op. En daar ligt het karkas van zijn prooi. Het is een kievit geweest van het naastliggende bouwland. Niet veel verder, nog steeds langs dezelfde sloot ligt in het riet het restant van wat ooit een ree moet zijn geweest.

Ha, bloeiende krentenbomen. De natuur klaart weer wat op en zoemende hommels en boerenzwaluwen brengen weer wat leven in de brouwerij. Gelukkig maar…”