Leefbaarheid

Arjan Pronk: BLADBLAZER

Oh wat mis ik dat toch in de winter, lente en de zomer, dat gezellige geraas van de bladblazer. Nu het gezoem en getjilp steeds minder wordt heb ik weleens gedacht om het blad te verzamelen en het uit te strooien in alle seizoenen. Dan kunnen we er het hele jaar van genieten.

Door Arjan Pronk

Wanneer de pepernoten al een tijd in de schappen liggen en de lindebomen als eerste kaal worden mag de bazooka weer van stal. De wekker kan in de lade want de mannetjes lopen bij het krieken als ghostbusters door het dorp te jagen. Ze luidden de tijd van speculaas, de trui en de cv-warmte in als bodes van geborgenheid. Heerlijk, dat gebulder. Vooral de op benzine draaiende blazers zijn te gek, die hoor je niet alleen, die ruik je zelfs in je slaapkamer. Wanneer je tenminste de mazzel hebt dat het gele blad op je stoep ligt. De RRRRRRRRRRRRR is weer in de maand. Dan verkneukel ik me en draai me nog even om.

Een gemiddelde man, een echte dan, poetst zijn kanon al achterin de zomer. Even de boel nalopen en ‘m een paar keer flink laten brullen, oeh wat voelt dat lekker. Als hij zijn reflecterende vest en de gehoorbeschermers ziet hangen dan ruikt hij de herfst en voelt hij dat de dagen korten. De koffie smaakt bijna op z’n best.

Zodra de zon aan kracht verliest maken de bomen zich klaar voor de kou en gaan ze over op standje sluimer.
De groene knuppels trekken de laatste energie uit het blad en de takken laten het pak langzaam los. Het sap wordt opgeslagen om de winter goed door te komen. De vallende bladeren kleuren de herfst en de aarde krijgt alle tijd om deze mooie cirkel rond te maken. Zelfvoorzienend staat de boom te glunderen totdat zijn wortels weer gevoed worden, een seizoen vol mest, de zon doet de rest.

Natuurlijk is de drang om met een belangrijk kanon rond te bazuinen, als een geërecteerde pseudo pik, vele malen sterker dan het besef van de circulaire natuur. Gewichtig loopt de man richting de bladeroogst, de gekleurde laag waar ze zo’n machtige hinder aan ondervinden. Met een beetje mazzel lopen er nog meer soldaten en kunnen ze lekker spelen. De een nog zwaarder uitgerust dan de ander.

De lege kooien, door de gemeente tactisch geplaatst, asen zweigend en masochistisch in de berm. Aangemoedigd blaast de well-hung man zijn habitat glad, kruiwagens vol loof vullen de ruif. De egels, eekhoorns en vogels zijn natuurlijk strontjaloers op dit vernuft en zien hun portie professioneel richting Fikkie gaan. Exposed in een aangeharkt mensenperk.

De beuken in de laan hebben het zwaar, al meer dan 100 jaar staan ze daar uit de grond te bulderen. Ze geven alles, schaduw, luwte, geborgenheid en zijn een thuis voor velen. Voor niks behalve schoonheid houden ze onze lucht schoon.
Ze hongeren jammerlijk, geruisloos uit totdat de bomendokter ze komt inspecteren. Na het oordeel krijgen de grote vriendelijke reuzen een kruis opgespoten, decimeren is hun lot.
Door de mens werd hun levensduur verkort omdat de boel glad aan kant moest, het is slechts last wat sommigen ervaren. Het natuurlijke circulaire proces is te vaak onderbroken door bedachte orde, blind en jammer. Tot we onszelf opruimen.

De bladblazer brult genoeglijk, de man voelt zich man en imponeert op schrale grond menig loslopend mens. Ze lopen bij bosjes stevig te wandelen of hun boutende hondje uit te laten. ‘Pas maar op’ lonkt de blazende mastodont met een knipoog, alsof ie ze behoed voor een slippertje. Zijn eigen erf is aan kant en gul trekt ie door het land. Zijn noaberschap en de onberispelijke vlijt wordt beloond met koffie en een koekje. Met een beetje mazzel mag zijn kanon ook binnen even brullen.

De bladblazers mogen hun borst nat maken want de groene knuppels komen eraan. Hell yeah. In groten getale zullen ze de bazooka’s doen degraderen tot op hol geslagen kruimeldiefjes.
Hoe je het ook wendt of keert, het tij keert.