Biodiversiteit Gezondheid

Met open oog: de jeneverbes op de Lemelerberg

Foto: Diny Heidenrijk (bronvermelding verplicht bij overname)

Deze week strekken we de benen even op de Lemelerberg. Hoewel ‘even’, het is daar nog best wel heuvelachtig. Maar dat is wel goed nu we toch vooral ook veel binnen zitten. We lopen door het winterse bos-heidelandschap op de Sallandse heuvelrug. Zo’n wandeling wordt een stuk mooier als je die samen met Diny Heidenrijk maakt. Zij heeft altijd een fototoestel bij zich en dan kijk je vanzelf beter om je heen.

Door Diny Heidenrijk

Kijk die knoestige witte stammen van de berkenbomen, ze steken fel af tegen de omgeving. Ze hebben van die ruwe basten met diepe gleuven en holtes erin. Ja daar komen spechten graag al hamerend insecten zoeken. Daar zie ik een boomkruipertje, met zijn smalle wat kromme snavel peutert hij in de schors en tegelijk schiet zijn lange spitse tongetje eruit. Raak, een lekker insectenhapje verdwijnt naar binnen. De hele stam wordt secuur van onder tot boven afgezocht. Hij vliegt naar een volgende boom en wij lopen verder.

Hier op de Lemelerberg staan veel jeneverbessen, bijzondere zuilvormige grijsgroene coniferen met naalden die maar op bepaalde plekken in Nederland voorkomen. Sommige jeneverbesstruiken zitten vol groene en blauwe bessen. Dat zijn de vrouwelijke die, bestoven door de mannetjes, nu bes dragend zijn. Wanneer de manlijke struiken hun gele wolken stuifmeel laten verwaaien door de wind noemen ze dat roken. Na twee jaar zijn de bessen blauwzwart, rijp en vallen ze eraf. Ik ken deze bessen uit keuken, in recepten van zuurkool, marinades voor wild, in sommige worstsoorten en soepen. Ze worden ook gebruikt als smaakmaker in de jenever en in gin. Je kunt deze bessen gedroogd in de supermarkt kopen op de kruidenafdeling.

Bij mistig weer of in de avondschemering kunnen de jeneverbessen in de fantasie van ons enge vormen aan nemen… en zo ontstonden dus de volksverhalen over de witte wiev’n. Leonardo da Vinci schilderde eens een portret van een vrouw, Ginevra, met op de achtergrond een jeneverbes. En heet je Jennifer dan zou jouw naam hierna verwijzen, dus allemaal verwijzingen naar de jeneverbes.

Hé, kijk nou eens, daar ligt iets naast het pad dat knal geel oplicht. Het zit op een afgebroken tak van een eikenboom. Wanneer ik het nader bekijk kom ik tot de conclusie dat het een soort zwam moet zijn. Maar welke? Deze heb ik nooit eerder gezien. Natuurlijk maken we daar foto’s van.

Wanneer ik later op internet ga zoeken naar die goudgele zwam ontdek ik dat het de (vlammende) gele trilzwam is die voorkomt op dood hout. Weer wat geleerd.

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten