Circulaire economie

Waar moet de vleermuis heen als de gebouwen heel goed geïsoleerd zijn

Woningbouwverenigingen en andere vastgoedeigenaren staan voor een enorme opgave: het verduurzamen van duizenden panden in heel Nederland. Hard nodig, maar verduurzaming heeft ook invloed op flora en fauna. Die tochtende kieren en ongeïsoleerde spouwmuren vormen optimale verblijfplaatsen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen.

Uit de nieuwbrief van Eelerwoude

Eelerwoude is ervan overtuigd dat verduurzaming en soortenbescherming samen kunnen gaan. Samen met Vechtdal Wonen hebben we gewerkt aan een uniek project: een soortmanagementplan voor het hele werkgebied van de woningbouwstichting.

“Vechtdal Wonen moet de komende jaren honderden woningen verduurzamen.” legt Gerard Lubbers, ecoloog bij Eelerwoude, uit. “Voorheen moesten zij voor ieder onderhoudsproject een toetsing flora en fauna laten uitvoeren en vervolgens een ontheffing aanvragen. Dat staat in de nieuwe Wet natuurbescherming (2017).  Een tijdrovende kwestie, waardoor veel projecten vertraging opliepen. Daarom hebben we, na overleg met de provincie Overijssel, een Soortmanagementplan opgesteld voor alle kernen waar Vechtdal Wonen werkzaam is.”

Grondige inventarisatie
Een Soortmanagementplan (SMP) wordt pas opgesteld na uitvoerig veldonderzoek. Gerard: “Dat was een behoorlijke klus, want het ging om de gehele stad Hardenberg een tiental omliggende kernen. Van De Krim tot aan Sibculo. Iedere kern hebben we verdeeld in meerdere deelgebieden en vervolgens hebben we deze gebieden allemaal meerdere keren bezocht. Van 1 april tot en met half augustus zijn we hier dagelijks (vooral ’s nachts) bezig geweest, dorp voor dorp.” Dat leverde een paar leuke verrassingen op, zoals de aanwezigheid van de zeldzame kleine dwergvleermuis en de meervleermuis, die beide niet bekend waren in het gebied.

Generieke ontheffing
In een SMP staat hoe de instandhouding van soorten wordt gewaarborgd door op tijd maatregelen te nemen. Hierdoor kan een generieke ontheffing afgegeven worden voor de komende tien jaar. Gerard: “Zo weet Vechtdal Wonen precies wat zij de komende tien jaar kunnen doen. Wanneer zij een wijk gaan renoveren, kunnen ze direct de maatregelen nemen die nodig zijn voor de soorten op die specifieke plek. Denk dan​ bijvoorbeeld aan geschikte ruimte onder het dak voor mussen en vleermuizen.”

Gericht maatregelen treffen
Door de uitgebreide inventarisatie van de leefomgeving, voorafgaand aan het soortmanagementplan, kunnen er gerichte maatregelen genomen worden bij het natuurinclusief inrichten van een gebied. Ook voor soorten die er nu nog niet, of niet meer, zijn. Gerard: “Op meerdere plekken troffen we de ideale foerageermogelijkheden aan voor bijvoorbeeld de laatvlieger, een grote vleermuissoort. Er was alleen geen verblijfplaats voor ze, waardoor ze zich daar niet lieten zien. Door dat mee te nemen in het plan, kunnen we het leefgebied van deze soort weer een stukje uitbreiden.”

Data delen voor biodiversiteit
Een Soortmanagementplan kan bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit. Gerard: “Wij hebben dit soortmanagementplan nu opgesteld voor een woningbouwvereniging, maar zij hebben alleen maar iets te zeggen over de woningen in het gebied. Door de uitgebreide inventarisatie is het plan ook heel interessant voor de gemeenten en de provincie, want zij zijn degenen die beslissingen nemen over de rest van het gebied, zoals het groenbeleid. Het zou heel mooi zijn als we er uiteindelijk naartoe kunnen dat deze data breed gedeeld kan worden, zodat we weer een stap dichter bij het herstellen van de biodiversiteit komen.”

Structurele bescherming
Eelerwoude streeft ernaar om de komende jaren meer Soortmanagementplannen op te stellen bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals renovaties. Gerard: “Het levert alle partijen veel duidelijkheid op over de beschermde soorten in een gebied en de benodigde maatregelen. Dat scheelt zowel provincies en gemeenten als woningbouwverenigingen, projectontwikkelaars en andere belanghebbenden veel tijd en geld. En het zorgt voor structurele bescherming van soorten.”