Biodiversiteit

Vlinders en kruiden blij met andere manier van omgaan met landbouwgrond

Het doet vlinders en kruiden goed als je anders met landbouwgrond omgaat. Dat blijkt uit monitoring van landbouwgrond van boeren die meedoen aan het project LandvanWaarde.

Natuur & Milieu Overijssel (NMO) en LandvanWaarde maakten samen de balans op over het afgelopen telseizoen van vlinders en kruiden. Dat deden ze tijdens een gezamenlijke digitale slotbijeenkomst op dinsdag 17 november. Totaal zijn er tijdens de wekelijkse telmomenten 832 vlinders geteld en maar liefst 21 soorten gezien.

De koninginnenpage, bijvoorbeeld, is redelijk zeldzaam boven de grote rivieren. Er zaten zelfs een aantal soorten van de rode lijst tussen, zoals het bruin blauwtje en de bruine vuurvlinder, typische graslandvlinders. Het aantal vlinders varieerde tijdens het telmoment van 11 tot 315 vlinders. Van juni tot en met augustus monitorden zo’n tien vrijwilligers vlinders en kruiden bij dertien LandvanWaarde-boerenbedrijven. Ze liepen elke week een vaste route over de landerijen van enkele LandvanWaarde-boeren. Met Kars Veling van de Vlinderstichting zijn de resultaten geanalyseerd en teruggekoppeld tijdens de bijeenkomst met de boeren en de tellers.

Praktijkexperiment LandvanWaarde
In Salland-Noord (driehoek Wijhe-Raalte-Zwolle) werken 30 boeren aan het praktijkexperiment LandvanWaarde. In ruil voor hun inspanningen op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit krijgen zij een stapeling aan beloningen in de vorm van subsidies, extra vergoedingen voor aanleg van landschapselementen of toegang tot grond onder gunstige pachtvoorwaarden. ‘Boeren nemen voor biodiversiteit maatregelen op hun bedrijf en willen daarom weten wat dit oplevert. Daarom is monitoren belangrijk, maar ook om aan de externe partijen terug te koppelen wat het resultaat is van hun beloningen’, zegt Ellis Lugtenberg, voorzitter Council LandvanWaarde.

Geen bedrijf is hetzelfde
Onder leiding van Willem Seine, projectleider vanuit NMO, passeerden de belangrijkste resultaten de revue:

  • Er zijn verschillen tussen de percelen en bedrijven wat aantal vlinders en kruiden betreft. Je ziet verschil tussen boeren die al langer bezig zijn en boeren die net gestart zijn.
  • Vooral in juni/juli waren er veel vlinders. Naarmate de tijd vorderde waren er minder vlinders; door droogte waren er minder bloemen.
  • Er is een relatie tussen soort bloemen en soort vlinders.
  • Op windgevoelige percelen zaten minder vlinders.
  • Op percelen die nog niet zo lang verschraald zijn, zaten minder vlinders.
  • De gras- en plantensoorten waren gevarieerd; hoe meer verschraling, hoe meer variatie en diversiteit in soorten.
  • Verschralen heeft effect voor vlinders. Door verschraling komen meer vlinders.

Gefaseerd maaien
De vrijwilligers hebben veel werk in dit project zitten. Ze kijken enthousiast terug op het project en zijn op hun veldbezoek veel bijzondere vlinders tegengekomen. Ze voelden zich welkom bij de boeren en waardeerden ook de openheid en toegankelijkheid. Uit de observaties van de vlindertellers kwamen de volgende aanbevelingen:

  • Let op welk bloemenmengsel gebruikt wordt voor de bloemenstrook, gebruik vooral inheemse bloemen! Probeer mengsels ook voor andere diersoorten ‘nuttiger’ te maken.
  • Maai gefaseerd. Een smalle strook of overhoekje laten staan is al voldoende.

Deze aanbevelingen klinken simpel. Toch is de werkelijkheid complexer. Volgens de boeren zijn er vanuit subsidievoorwaarden of vanuit de zuivelorganisatie voor ‘On The Way To Planet Proof’ beperkingen die om een andere aanpak vragen en dus botsen.

Ook monitoring in 2021
De bijeenkomst leverde voldoende nieuwe vragen op voor de projectgroep van LandvanWaarde. ‘Zo moet er bijvoorbeeld meer aandacht komen voor welke functies heeft een bloemenstrook? Wat is het juiste bloemenmengsel? Wat is beter een eenjarig of meerjarig mengsel. En welke rol speelt beschutting bij vlinders?’, stelde Ellis Lugtenberg. Een project als LandvanWaarde heeft een lange adem nodig en na twee jaar beheer is de gewenste situatie voor veel soorten nog niet bereikt. Daarom gaan we graag door. In 2021 gaan we weer opnieuw monitoren, maar gaan we vroeg in het voorjaar beginnen. Het enthousiasme is er. Zowel bij de tellers als bij de boeren’, concludeerde Willem Seine.