Biodiversiteit Gezondheid

Recensie: ‘Het grote moes tuinier boek’, een groentetuin van bloempot to achtertuin

Elke achtertuin, dakterras of balkon kan iets eetbaars opleveren. Daar begint Elbrich Fennema het ‘Het grote moes tuinier boek’ mee, en ik was meteen verkocht. Ik heb al wel een beetje verstand van moes-tuinieren omdat – eerlijk is eerlijk – mijn vrouw zich er tien jaar geleden op heeft gestort toen we ’t Natuurlijk Huus bouwden. En wij noemden het de eetbare tuin.

Door Harrie Kiekebosch

Fennema behandelt in ‘Het grote moes tuinier boek’ groenten, hun vele voordelen en hun weinige nadelen, ze behandelt ze ook vooral als onderdeel van de achtertuin. Rozenperkje eruit bijvoorbeeld en vlier erin. Zelfs als vlier niets aan geur of eetbaars te bieden heeft, dan nog is hij met zijn inktzwarte bladeren en zijn schermbloemen een blikvanger. Of daslook waarvan ze zeggen dat dat woekert. Alleen in april en mei, zegt Fennema in die tijd ben je blij met iets mooi bloeiends in de tuin.

Fennema legt door het boek heen uit dat we best een beetje ver van de werkelijkheid afgeraakt zijn met ons tuinieren. Dat we appelrassen kweken die mooie ronde appels afleveren maar dan wel chemicaliën nodig hebben. Dat we spruiten telen die allemaal tegelijk rijp zijn zodat je ze machinaal uit de grond kunt rukken en de spruiten er af kunt schudden. Dat we bijna nooit rijpe groente eten omdat ze onrijp in verwegistan geplukt worden en de halve wereld overreizen voor ze bij ons in de supermarkt terecht komen. Dat we zaadjes kopen die zichzelf niet kunnen vermeerderen voor volgend jaar omdat de verkoper anders handel mist… Of dat laatste in het boek staat, weet ik eerlijk gezegd niet eens meer, maar het is wel een feit.

“Ja maar, zo’n tuoin is niks voor mij”, kun je niet gebruiken als argument. ‘Het grote moes tuinier boek’ maakt een onderverdeling van tuiniers in bloempotten voor het keukenraam, via de vierkante meter tuiniers, naar de nette groentetuinders tot uiteindelijk de experimentele tuinier. Met ook ruimte voor de absolute beginner, de taoïstische tuinier en de dierenliefhebber.

Zeg nou maar eens dat je er nog niet tussen staat.

In het boek houdt Fennema het grotendeels bij eetbare planten die we kennen als groenten. Dus over melde, paardenbloem en zevenblad gaat het niet. Wel over artisjok en biet, kervel en maïs, palmkoop en tuinboon. Met vanwege de Z zeekool als afsluiter. Die gaan we dus wel snel aanschaffen. Het is een kostbare groente in het rijtje van asperges en truffels, als je een stengel afknipt en op de vaas zet gaat je kamer naar honing ruiken, het plantje is heel gemakkelijk in onderhoud (niks aan doen!), bloeit prachtige bloemen en eet heel lekker.

Lees het boek, maak een teeltplan en start met zaaien. Dat kan dit voorjaar nog! Begin met – afhankelijk van de ruimte die je hebt – met courgettes of kervel. Dat gaat altijd goed en je kunt er zulke lekkere recepten mee maken. Fennema schreef haar boek in het pre-corona-tijdperk. Maar ik denk dat deze tijd veel mensen aan het denken zet zelf eens iets te proberen met eigen teelt. Doe dat! Gewoon in je achtertuin. Groentes bloeien zó mooi!

Tags

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten