Biodiversiteit

Hans Dorrestijn is eigenlijk een pechvogeltje, maar niet heus

Wensvogels heet het laatste vogelboek van Hans Dorrestijn, uitgegeven daags voor hij 80 werd. Wensvogels, dat zijn de vogels, meestal vogeltjes, die Dorrestijn iedere uitzending van Baardmannetjes wenste tegen te komen. Maar meestal lukte dat niet.

Baardmannetjes, een vogelprogramma van MAX waar Dorrestijn samen met Nico de Haan meer landelijke bekendheid mee verwierf dan met zijn cabaretvoorstellingen. De pechvogel.

Ik kreeg van mijn docenten in de jaren tachtig al een voorstelling van Hans Dorrestijn aangeboden. Hij was toen nog te betalen voor een uurtje in de kantine van de Sociale Academie. Vanaf dat moment ben ik fan. ‘Het kerkhof bij nacht’, prachtig. En ‘schoonheid is niet wezenlijk, zij vergaat heel snel. Blijvend is de lelijkheid, dus onderhoud haar wel’.

Dorrestijn scheef prachtige liedjes, maar kon niet zingen.
Dorrestijn kan prachtig over vogels schrijven, maar ziet ze niet.
Iedere keer als ik hem zie of hoor, nu ook weer als ik hem lees in Wensvogels, lijkt het lot zich altijd tegen hem te keren. Dat iedereen een vogel ziet en hij dan net even zijn kijker niet scherp kan krijgen. Of dat hij juist wel die ene bijzondere vogel ziet, maar dat die dan weg is als hij andere vogelaars erbij haalt.

Hans Dorrestijn is een ‘Heb ik weer’-mannejte, maar volgens mij niet heus. Het is een pose en hij heeft er geloof ik zelf nog de meeste lol in die rol te spelen. Met die pretoogjes achter die ronde brillenglazen. Ik hoop het maar, want anders is het een beetje gênant dat ik zo genoten heb van Wensvogels, waarin Dorrestijn afwisselend terugblikt op Baardmanntejes, persoonlijke ervaringen als vogelaar van overal ter wereld deelt en tussendoor de wereld wat filosofisch tegen het licht houdt. Dat dat van de oerknal niet waar kan zijn bijvoorbeeld, want als er niks is, wat moet er dan knallen? En dat Darwin misschien een goede analyse heeft nagelaten, maar dat het dierenrijk zich daar natuurlijk niks van aantrekt, we hebben gewoon zin ons voort te planten.

Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de vogels. Een stuk of veertig komen er aan bod. Dorrestijn beschrijft ze alsof hij er zwaar verliefd op is. Aanstekelijk is dat. Daags nadat ik zijn lofzang op de wielewaal gelezen had hoorde ik er een in het Dwingelerveld in Drenthe. Ik zeg: “die heeft zulke mooie veren, dat je niet eens het idee hebt dat het veren zijn, zo strak zitten die tegen zijn lijfje. En hoor hem zingen. dudeljoho.” Die wielewaal, ik heb hem niet eens gezien, maar toch ook wel. Vanwege die tekening in Wensvogels’. Geen foto’s in dat boek, maar tekeningen van een vriend uit het dorp die hij bij toeval tegenkwam.

Wat een geluk was dat, vindt Dorrestijn. Dat dan weer wel.

Tags

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten