Biodiversiteit

De boswachter over de heide die nu weer in bloei staat

De hei staat weer in bloei. Dus als je even tijd over hebt moet je  nu de Sallandse Heuvelrug op, het nationaal park met het grootste aangesloten heidegebied van West Europa. Heide onstond vroefger op schrale grond waar schapen de rest kort hielden. Nu schapen dat niet meer doen, moet de mens aan de bak. Zoals op De Vier Bergen in de boswachterij Staphorst, waar afgelopen winter kleinschalig en selectief banen gemaaid zijn in de oude heide die in verval raakte. Zo kunnen de gemaaide heidestruikjes opnieuw uitlopen en de zaden van o.a. struik- en dophei kiemen. Om het kenmerkende open karakter van heide te behouden en te voorkomen dat heide bos wordt, is het plaatselijk ook nodig om jonge boompjes te verwijderen.

Boswachter Jan Kloppenburg legt uit wat heide eigenlijk is.

Onder heide verstaan we een aaneengesloten terrein met vegetatie die voornamelijk bestaat uit dwergstruiken uit de heidefamilie. Je hebt droge heide die vooral bestaat uit struikhei en bochtige smele, een grassoort. Plaatselijk kan daar ook kraaihei, brem en jeneverbes voorkomen. Natte heidevelden worden gekenmerkt door dophei (Erica), pijpenstrootje (een grassoort) en plaatselijk zonnedauw.

Half-natuurlijk landschap.
Heide is eigenlijk een half-natuurlijk landschap, dat is ontstaan door begrazing en het afplaggen. De heideplaggen werden gebruikt in de veestallen (potstallen: tot begin 20e eeuw). Vermengd met de uitwerpselen van het vee werden die gebruikt als mest op hun akkers (enken, essen). Door de intensivering van de schapenteelt in de Middeleeuwen (jaren 500 – 1500) zijn de grote heidevelden en ook zandverstuivingen ontstaan waarin zelfs geen boom meer was te vinden. Die werden voor brandhout gebruikt. Naar natuurwaarden werd toen niet gekeken.

Natuurwaarden
Je kunt heide onderscheiden in vier fasen of stadia: pioniersfase, opbouwfase, volwassen fase en afsterffase. Hoe meer fasen in een heidegebied aanwezig zijn, hoe structuurrijker, hoe soortenrijker en hoe robuuster de groeiplek van heide (habitat) is. Door die grote variatie heb je een hoge natuurwaarde en biodiversiteit (verscheidenheid aan soorten). Met structuurrijk wordt bedoeld: een grote variatie in leeftijd aan heideplanten, zandige plekken, hier en daar een dode of markante boom/struik (brem, jeneverbes) en planten zoals pijpenstrootje. Zo blijft de heide in zijn geheel ook vitaler.

Dieren die profiteren van structuurrijke heide
Structuurrijke heide biedt micromilieus. Dat zijn zeer kleine gebiedjes waarbij alle omstandigheden gunstig zijn voor een soort; denk aan plekken om bijvoorbeeld te schuilen en te zonnen. Dat is van belang voor koudbloedige dieren zoals de adder en de levendbarende hagedis. Mestkevers, zandbijen, sprinkhanen en vlinders profiteren daar ook van. Specifieke vogelsoorten van de heide zijn de boompieper, boomleeuwerik, roodborsttapuit en de zeldzame nachtzwaluw die daar broedgelegenheid, voedsel en rust vinden. En ’s winters is de kans om daar een klapekster te spotten.

Heide voor nu en toekomstige generaties
Als half-natuurlijk landschap zullen wij, Staatsbosbeheer, van tijd tot tijd afwegen waar en wanneer het wenselijk is om een heideveld deels te maaien of te plaggen. Daarmee doorbreek je de gelijke leeftijd van de heide en kun je, ook naar de toekomst toe, een structuurrijke en vitale heide behouden met een hoge natuurwaarde en biodiversiteit waarvan ook onze bezoekers kunnen blijven genieten.

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten